Achtergrond

Mijn liefde voor vreemde talen begon al vroeg op de middelbare school. Na het gymnasium ben ik in Cambridge (VK) gaan wonen. Ik heb daar eerst het Certificate of Proficiency in English gehaald; daarna ben ik daar doorgegaan met een Bachelor’s degree (Frans & Spaans). Natuurlijk sprak ik al snel Engels op moedertaalniveau. Terug in Nederland was ik een aantal jaren corrector/editor Engels in het bedrijfsleven. In 1992 heb ik het Staatsexamen Vertaler Engels-Nederlands erbij gehaald om zo ook het vertalen van het Engels naar het Nederlands goed onder de knie te krijgen.


Na het behalen van dit Staatsexamen begon ik mij steeds meer te verdiepen in de kunst van het correct Nederlands schrijven. Ik moest intussen wel de kost verdienen, en daarom ben ik van 1995-2004 directiesecretaresse geweest. Daar kwam ik erachter dat het schrijven van correcte brieven en notulen echt ‘mijn ding’ was. Ik had een sterk taalgevoel en had in mijn tijd als corrector/editor geleerd om heel nauwkeurig te werken. En dat kwam goed van pas in mijn werk. Sinds die tijd corrigeer ik dan ook – als taalpurist en als moeder – iedereen om mij heen tot vervelens toe.


Mijn Duitse kennis heb ik om te beginnen als 15-jarige opgedaan tijdens een verblijf van één schooljaar op een internationale Duitse school. Daar heb ik de fijne kneepjes van de Duitse grammatica ‘gründlich’ geleerd in speciale taallessen voor alle buitenlandse leerlingen. 

In Nederland struikelt men vaak over die vervelende naamvallen: der, die, das, dem, den, des, dessen, deren, en wat wordt dan de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord, wel of geen -n? Kortom, de grammatica blijft lastig, maar is er destijds bij mij voor altijd ingestampt door een strenge Duitse juf. En je leert een taal natuurlijk het best door in het land zelf te leven en er – zoals in mijn geval – naar school te gaan. 

Daarnaast komt mijn echtgenoot ook uit Duitsland; de laatste 28 jaar is bij ons thuis de voertaal tussen hem en mij veelal Duits. Hij monitort graag mijn Duits en ik kan altijd bij hem terecht voor taalkwesties.


Ik kom uit een francofiel gezin en sprak met mijn 18e al vloeiend Frans. Ik heb dat in mijn studietijd ook goed kunnen gebruiken tijdens twee lange zomers als (meertalig) receptioniste op een Franse camping. 

De grammatica is best lastig, waardoor het Frans voor veel jongeren dan ook niet de meest geliefde taal is. Dat is jammer, het is tenslotte ‘La plus belle langue’; zo heette ook mijn lesboek op de middelbare school.

Grieks en Latijn hebben mij enorm geholpen bij het herleiden van de meeste vreemde woorden; je vindt ze allemaal terug in het Frans – en trouwens ook in het Engels en Spaans.


Spaans wilde ik als kind altijd al gaan studeren; dat had te maken met Spaanstalige familiebanden. Ik vond het jammer dat ik het op school nog niet kon kiezen. Tijdens mijn bachelor Spaans in Engeland studeerde ik een half jaar aan een taleninstituut in Madrid. Daarnaast had ik ruim de tijd om daar een sociaal leven op te bouwen, waardoor ik die taal snel onder de knie kreeg.